FAQ


Wat is tandemleren?

Het basisprincipe van het tandemleren kan in één zin worden samengevat: ‘Ik leer jou mijn taal, jij leert mij de jouwe’.

Het principe van het tandemleren is eenvoudig: de leerlingen van verschillende landen of taalgemeenschappen helpen elkaar, in tweetallen, bij het vervullen van opdrachten, terwijl afwisselend de moedertaal en de vreemde taal als voertaal gebruikt wordt en de tandempartners afwisselend de rol van leerling en leraar op zich nemen. 
Het  houdt in dat twee leerlingen die elk een andere moedertaal hebben en die elkaars taal willen leren, met elkaar in contact worden gebracht. Het basisidee is dat de leerling zijn of haar taal aan de ander leert.

Waar ligt de oorsprong van tandemleren?

De eerste tandems zijn waarschijnlijk  ontstaan op de plaatsen waar verschillende taalgemeenschappen aan elkaar grensden. (vgl. grensregio’s en in de landen waar men meerdere talen spreekt). Sindsdien heeft het tandemleren zich steeds verder ontwikkeld.

Wat zijn de voordelen en beperkingen van het tandemleren?

Het tandemleren heeft twee belangrijke voordelen in vergelijking met het klassieke leren van vreemde talen: Meer mogelijkheden ten aanzien van de blootstelling aan  input en de output en het geeft een authentiek karakter aan de interactieve schrijf- en spreekactiviteiten.

Het tandemleren kan iets toevoegen aan de traditionele school-uitwisselingen, maar begeleiding is noodzakelijk bij de start.

De eerste ervaringen van tandemleren wezen op nog enkele andere voordelen:

  • vooruitgang van de spreekvaardigheid van leerlingen;
  • grotere motivatie voor het leren van de taal;
  • minder stress;
  • leren van de ‘jongerentaal’;
  • trots om de rol van de docent te spelen;
  • ontdekking van de andere cultuur.

De virtuele tandems hebben voordelen ten opzichte van de live tandems:

  • makkelijker te organiseren
  • meer tijd voor de leerling om te reageren
  • mogelijkheid om hulpwerkwijzen te raadplegen (woordenboek en  grammatica)
  • er blijft een geschreven getuigenis voor de leerling en de docent

De tandem is geen wondermiddel en zal niet al de problemen van het vreemdetalenonderwijs kunnen oplossen. Nadelen van het tandemleren zijn bijvoorbeeld: er is weinig materiaal voor de docent, de afhankelijkheid ten opzichte van partnerleraren, de docent kan het gevoel krijgen de controle te verliezen.

Het grote nadeel van de virtuele tandem is dat die beperkt is tot schriftelijke vaardigheden. De technologische vooruitgang zou dit probleem – althans gedeeltelijk- moeten oplossen.

 

Hoeveel kost het om een tandemproject te organiseren? Zijn er subsidies?

Als er ontmoetingen worden gepland, dan worden er natuurlijk kosten gemaakt voor het reizen. Eventueel kunnen Nederlandse scholen aanspraak maken op subsidie van het Europees Platform voor het Nederlands Onderwijs. Deze organisatie beheert diverse programma’s en afhankelijk van uw precieze plannen kunt u mogelijk een aanvraag indienen (let op de voorwaarden). Met name het programma BIOS is interessant en daarbinnen kan men ondersteuning aanvragen voor leerlingenmobiliteit. Nadere informatie hierover is te vinden op de volgende website:http://www.europeesplatform.nl/
De organiserende leraren kunnen mogelijk een (aanvullende) bijdrage vragen via een schoolfonds of andere  specifiek budgetten die er voor internationalisering op scholen bestaan; sommige scholen organiseren diverse (buiten-) schoolse activiteiten om extra geld in het laatje te brengen of vragen een bijdrage van de ouders.
In het geval van samenwerking met een school in een zusterstad (stadpartnerschappen) kan de gemeente wellicht een bijdrage leveren.

Het Prins Philip Fonds geeft voor Belgische scholen financiële steun aan samenwerkingsprojecten tussen scholen uit de drie Gemeenschappen van België. Dit project biedt kinderen én hun leerkrachten niet alleen de kans om de buren beter te leren kennen en te begrijpen, maar verruimt ook hun blik.
Het project wil scholen uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs aanmoedigen om uitwisselingen te organiseren met scholen uit de andere gemeenschappen van België. De uitwisselingen kunnen zowel bi- als trilateraal georganiseerd worden.
De bedoeling is het verdiepen van de talenkennis en het verruimen van de cultuur door ontdekking van elkaars achtergrond en situatie met respect voor elkaars eigenheid.
Bezoek de website van het prins Philip Fonds voor meer informatie. Of klik op onderstaande link als u directe internettoegang heeft;
http://www.prins-filipfonds.org/pff/Pink.aspx?id=85858&menuid=340&LangType=2067

Voor Waalse scholen in de provincie Luik is het mogelijk interessant om contact op te nemen met het “Maison des Langues” in Luik. Deze organisatie biedt ondersteuning aan bij het opstellen van aanvragen voor subsidiëring van internationaliseringsprojecten. Nadere informatie is te vinden op deze website: http://www.maisondeslangues.be

Hoe vind ik een partnerschool?

Misschien kent u zelf een school of een docent over de grens met wie u wilt samenwerken. Zo niet, is het mogelijk via info@tandemproject.eu om een partnerschool te vragen. 
Ook is het mogelijk via het Europees Platform een partnerschool te vinden via de volgende linkhttp://www.europeesplatform.nl/sf.mcgi?1309 krijgt u een serie mogelijkheden voor het vinden van een geschikte school. Daar wordt verwezen naar enkele Europese initiatieven om scholen met elkaar in contact te brengen zoals het E-twinning project.

Belgische scholen kunnen ook gebruik maken van de website van het Prins Philips Fonds, waar scholen vermeld staan die een partner zoeken (in België).
Misschien heeft de stad waar uw school is gevestigd, een partnerschap met een stad in het andere land; dit heeft als voordeel dat u misschien een beroep kunt doen op de gemeentelijke subsidie voor kosten die u maakt voor de ontmoetingen.
Het succes van een schoolpartnerschap hangt voor een (groot) gedeelte af van bepaalde keuzes die de leraren al voor de start van het project moeten maken: de keuze van de school, de leraar, partnerklassen.

Om u te ondersteunen bij deze cruciale beslissingen, noemen wij hier enkele criteria: 

  • de motivatie van de partnerleraren
  • het beheersingniveau van de vreemde taal van de leerlingen van de  twee scholen
  • het aantal en de leeftijd van de leerlingen van de twee scholen
  • het type onderwijs

Als u zelf geen partnerschool kunt vinden download dan het onderstaande formulier, Profielkeuze partnerschool, en stuur het op naar info@tandemproject.eu en het tandemteam zoekt naar een beschikbare en passende tandemschool.
 
Profielkeuze Partnerschool

Hoe worden de tandems gevormd?

Voordat de leerlingen individueel contact opnemen met hun tandempartner, kan het interessant zijn zich gezamenlijk als klas voor te stellen. In het tandemproject hebben de docenten hun leerlingen gevraagd om posters te maken, waarop zij hun school/buurt/stad/land presenteerden.

Wat betreft de individuele presentatie er is met hulp van de docenten een persoonlijk gegevensformulier (zie volgende pagina) gemaakt. In het eerste projectjaar, moesten de Nederlandse leerlingen dit formulier invullen en naar de partnerschool sturen. De leerlingen van deze school op hun beurt kozen hun partner op basis van de gegevens van die formulieren. Als het jaar daarna opnieuw met andere klassen partnerschappen gevormd worden, dan mogen de leerlingen van de andere school de keuze maken.

Deze manier van tandemvorming is niet altijd toegepast door de docenten. Dit was bijvoorbeeld het geval toen de formulieren van een van de partnerschool niet goed leesbaar waren: om verder geen tijd te verliezen, zijn de tandems willekeurig samengesteld. De leerlingen van het Carmel College in Oldenzaal hebben een e-mail met allerlei informatie over zichzelf naar de docent gestuurd. Deze heeft de mails uitgeprint. De leerlingen van de partnerschool, het Athenee Royal te Marche op hun beurt hebben een korte lijst opgesteld met persoonsgegevens (leeftijd, geslacht, hobbies enz.). Op basis van deze wederzijdse informatie heeft de leraar de tandems gevormd.

Er wordt aan de docenten nadrukkelijk gevraagd geen foto’s toe te voegen opdat de keuze niet op basis van uiterlijke kenmerken gemaakt zou worden.

Er zijn  nog andere manieren denkbaar. De leerlingen vullen bij voorbeeld hun naam aan met een reeks woorden die met dezelfde letter beginnen als hun voornaam en die staan voor begrippen waar de leerling iets mee heeft (ik heet Femke, zoals feest, familie, fan…) waarna zij enkele woorden op verzoek van leerlingen van de andere school toelichten.
 
Download hier het persoonlijke gegevensformulier

Wat voor afspraken moeten er gemaakt worden voor de virtueel tandem?

Om de virtueel tandem doeltreffend te laten zijn, wordt met de  leerlingen een aantal basisafspraken afgesproken, bij voorbeeld, heel simpel, dat ze e-mails beantwoorden, dat ze interesse tonen voor de tandempartner, dat de voertaal afgewisseld wordt (de 50/50 regel) Deze afspraken kunnen op verschillende manieren aan de leerlingen gepresenteerd worden. Sommige docenten hebben gekozen voor een tamelijk gerichte manier waarbij een lijst met instructies aan de leerlingen wordt gegeven die ze bij het schrijven van de  e-mails  moeten volgen. Andere leraren hebben ervoor gekozen met de leerlingen een discussie te voeren waaruit een aantal afspraken is ontstaan, waarmee de hele klas instemde.

In dit project zijn de leerlingen ertoe aangezet om in het kader van de tandemactiviteiten verschillende thema’s te behandelen. Er is  onderscheid gemaakt tussen verplichte thema’s en vrije thema’s. Sommige verplichte thema’s werden klassikaal behandeld, andere thema’s in kleinere groepen of individueel .

Wanneer de afspraken en de thema’s vastgesteld zijn, kunnen de leerlingen in tandems gaan werken. Het werk van de leerlingen moet nu  gecontroleerd worden. In het begin wilden sommige docenten alles controleren, maar daarna hebben zij zich bedacht. Met dit type project, dat vraagt om een grote zelfstandigheid van de leerlingen, kan het hele leerproces onmogelijk permanent gecontroleerd worden. Er moet het juiste midden gevonden worden tussen algehele vrijheid en volledige  controle. Er zijn verschillende manieren om het werk van leerlingen te volgen, zonder direct alle activiteiten te hoeven controleren.

De evaluatie of beoordeling is verbonden met die controle van het werk van de leerlingen. Dienen de e-mails van leerlingen geëvalueerd te worden? Zo ja, welke en hoeveel? Om de natuurlijke en spontane kant van de tandemuitwisselingen te behouden, wordt het afgeraden de e-mails systematisch te beoordelen. Er zijn andere oplossingen denkbaar.

Andere afspraken kunnen betrekking hebben op de minimale lengte en/of op de lay-out van pagina’s van de brieven/mails, het woordgebruik, de taalfuncties of uitdrukkingen in de verschillende teksten.

Waarover gaan de e-mails?

Enkele voorbeelden van onderwerpen van mails tussen de leerlingen van de twee partnerklassen:

  • Zich voorstellen zodat tandems gevormd kunnen worden;
  • Vragen stellen over de posters die door de partnerschool gestuurd  zijn;
  • Vragen van de partnerschool beantwoorden, een beschrijving van  zichzelf geven zodat de leerlingen elkaar kunnen herkennen tijdens  de live ontmoeting; verder kan de ontvangende school alvast de lijst  met huisregels sturen;
  • Na de live ontmoeting, bedanken en zijn/haar indruk weergeven;
  • Diverse thema’s, zoals: reageren op krantenartikelen die gestuurd  zijn door de partners; het doen van een voorstel voor een leesboek  en deze keuze toelichten; het aanleveren van de  resultaten van  een onderzoek over het gebruik van de gsm…;
  • Het informeren over de 2e ontmoeting, het vragen aan de  partnerleerlingen wat ze tijdens het bezoek graag zouden willen  doen;

Naast deze verplichte mails zijn er vrije mails waarbij geen controle van de kant van de docent is. Het aantal mails verschilde sterk van school tot school, zelfs van leerling tot leerling.

Welke controle kan/moet de docent uitoefenen op het schrijven van e-mails ?

In het begin zijn verschillende mogelijkheden onderzocht, van het controleren van alle mails door de docent tot een totale vrijheid voor de leerlingen. De docenten merkten dat bij een totale vrijheid in het begin, sommige leerlingen al snel helemaal geen mail meer schreven. Als de leraar daarentegen alle mails nakeek, beperkte dit het meer persoonlijk contact. Hierdoor hadden de leerlingen het gevoel dat dit weer een van de manieren was om hen te laten schrijven en corrigeren.

Al snel kwam er een compromis: de leerlingen moesten een bepaald aantal verplichte e-mails schrijven over een bepaald (al dan niet verplicht) thema. Hiervan werd systematisch een kopie naar de docent gestuurd.

Overigens heeft een van de leraren – met behulp van een leerling – een 
centraal e-mailadres voor het tandemproject van de school aangemaakt. Een kopie van alle verplichte e-mails is systematisch naar dit adres gestuurd. De tweede partnerdocent heeft toegang tot dit adres. Voorts werden de leerlingen aangemoedigd zo veel mogelijk – vrije – mails uit te wisselen buiten de lessen om. Wat betreft deze vrije e-mail uitwisseling is het succes wisselend en erg afhankelijk van de persoonlijke affiniteit tussen de leerlingen.

Gezien het spontane karakter van het tandemleren wordt het afgeraden om alle mails systematisch te beoordelen. Er zijn andere evaluatiemethodes mogelijk. 
Een voorbeeld hiervan is de e-mailklapper: een hulpmiddel bij het leren van een taal en eventueel een controle- en evaluatiemiddel voor de docent.

Wat houdt de live tandem in?

De live tandem vormt een tandemvariant waarbij de leerlingen elkaar daadwerkelijk, fysiek, ontmoeten. Er zijn twee manieren waarop de fysieke tandems georganiseerd kunnen worden: 

  • In klasse- of cursusverband, al dan niet in de vorm van  tandemdagen, weekenden of –weken;
  • Of via de individuele tandem die vrij zelfstandig door leerlingen  georganiseerd wordt.

In een tandemproject zijn de live tandems niet onmisbaar. Niettemin spelen de live tandems een belangrijke rol: zij maken het onder meer mogelijk om de leerlingen te motiveren, om op een natuurlijke manier te werken aan mondelinge communicatie, en om de andere cultuur te leren kennen en te ervaren.
Bij de live tandems kan niet geïmproviseerd worden. Het is raadzaam om goed na te denken over de planning van de ontmoetingsdag-/dagen. De data dienen zo vroeg mogelijk bepaald te worden evenals het logeeradres voor de leerlingen (bij voorkeur bij de tandempartner), het programma en, eventueel, financiële ondersteuning. 
Bij dit type ontmoetingen dient men met het specifieke karakter van tandemleren rekening te houden en bij voorkeur activiteiten te plannen waarbij men elkaar moet helpen, elkaar nodig heeft en in tweetallen moet werken. 
De keuze van de taal of de talen die tijdens de ontmoetingsdagen gesproken worden door de leerlingen, hangt gedeeltelijk af van het activiteitenprogramma.   
Een speurtocht is een activiteit die vaak tijdens de eerste ontmoetingsdagen wordt uitgevoerd, want hierbij kunnen de tandempartners daadwerkelijk aangezet tot samenwerken.
Het  daadwerkelijke tandemwerken kan ook worden voorafgegaan door een groepsactiviteit: het in tandems volgen van een les van een uur in een willekeurig vak kan erg verrijkend zijn. Men kan  de ontmoetingsdagen ook gebruiken om een opdracht af te ronden waarmee reeds, in de klas of thuis, tijdens uitwisselingen via mail, brief en fax was begonnen.

De individuele uitwisseling van leerlingen is de afgelopen jaren in toenemende mate uitgevoerd. Deze variant van tandem leren kent als live ontmoeting een individueel verblijf van de leerlingen op de partnerschool en in het gastgezin van de tandempartner. Doordat de Nederlandse leerling gedurende een week met een (of 2) weekend(s) in een Franstalig gastgezin verblijft en de normale lessen op de partnerschool volgt is er sprake van een echt taalbad.

Welke taal/talen worden gesproken?

Centraler bij het tandemleren staat de vraag in welke taal (moeder- of vreemde taal) gesproken en/of geschreven zal worden en hoe de verhouding is. Over het algemeen geldt de 50/50 regel: 50% in de moedertaal en 50% in de vreemde taal. Deze 50/50 regel kan op verschillende manieren worden toegepast.

De basisregel van 50/50 kan naar gelang de omstandigheden variëren. Bijvoorbeeld wanneer één van de twee partners net met het leren van de vreemde taal begonnen is, kan men ertoe  besluiten om hoofdzakelijk de moedertaal van dié partner te gebruiken, tenminste in het begin van het tandemleren. Dit systeem, dat natuurlijk niet de norm moet worden, kan ook goed zijn in andere situaties. 
Een andere oplossing is om in het begin in een andere taal dan die van de twee partners te praten/schrijven. In beide gevallen is het duidelijk dat men zich, ten minste in het begin, meer concentreert op het ontdekken van de ander dan alleen op het leren van de taal.

Bij tandemleren moet het gebruik van de moedertaal en de vreemde taal voldoen aan de verschillende eisen. Aangezien de berichten die in de moedertaal zijn gemaakt, als voorbeeld voor de partners dienen, is het van belang dat deze zo correct mogelijk zijn. Soms dient het taalniveau aangepast te worden zodat de input voor de partner begrijpelijk is. Wat betreft de vreemde taal is het natuurlijk het belangrijkste dat de boodschap wordt begrepen door de geduldige en begrijpende gesprekspartner.

Werken in de moedertaal van de leerlingen kan frustrerend zijn voor de vreemde-taaldocent, maar met deze, begrijpelijke, reactie wordt het rendement van tandemleren onderschat. 
Het kan een goede oplossing zijn om het werken in de moedertaal te beperken tijdens de vreemde-taal-les en dit buiten de lesuren te laten doen.

Hoe gaan de leerlingen te werk?

Om een duidelijk schematisch beeld van een tandem uitwisseling is onderstaand schema een handig hulpmiddel.

TANDEM AANPAK

1. Jezelf voorstellen

a) De leerlingen maken een weergave van hun eigen land, stad, wijk, school, klas op een poster. Deze posters zijn bedoeld voor de partnerschool, die eveneens een dergelijke poster maakt
b) Elke leerling stelt zichzelf voor door middel van 'tandem-fiches' die naar de partnerschool wordt gestuurd
c) Samenstelling van de tandems

2.  Uitwisseling via Internet 

a) Voorbereiding van uitwisselingen via e-mail (begin vaak in computerlokaal)
b) Activiteiten in kleine groepen die rond bepaalde thema's korte teksten lezen die ze van de tandempartners krijgen en er zelf ook schrijven om aan de partners te sturen, vaak naar aanleiding van vragen die partners stellen
c) Voorbereiding van bezoeken aan het buitenland en de ontvangst van de buitenlandse tandempartners

3.  Ontmoetingsdagen
Programma: minstens één dag op bezoek bij de partnerschool en één dag ontvangst van de partnerleerlingen op de eigen school: 

a) Ontvangst 
b) Presentatie van de eigen school (leerlingen kunnen soms ook een aantal 
   lesuren volgen) 
c) Gezamenlijke maaltijd met typische gerechten voor het land/gebied 
d) Eventueel bezoek aan de stad, met of zonder straatinterviews

4.  Nabespreking in de klas 

a) Bespreking van de uitwisselingsdagen 
b) Vergelijking van de beelden die de leerlingen voor de contacten met de beelden die ze na die tijd hebben.